Elfstedentocht dag 9: Rijs-Galamadammen
11 juni 2026 - Groningen, Nederland
Eindelijk! Op 1 mei is het tijd om mijn tocht voort te zetten. Eerst rijd ik met de auto naar Leeuwarden om mijn zwemvest bij de watersportwinkel op te halen. Hij is weer klaar voor gebruik. Dan ga ik met de trein en bus naar Rijs.
Ik besluit uit te stappen bij Hotel Jans. Volgens de restauranteigenaar van het Rijster Bos , waar ik de vorige keer droge kleren aan trok, waren daar meer mogelijkheden om het water in te komen. Hopelijk rust er op deze plek meer zegen.
Na een vrij koud voorjaar is het deze dag behoorlijk warm geworden. Het vest en de jas die ik bij me heb zijn niet nodig en ik moet voor het eerst dit jaar zonnebrand opsmeren. Gelukkig heb ik mijn fantastische nieuwe hoed bij me, die ik op mijn verjaardag heb gekregen vorig jaar, ter vervanging van de hoed die bij Sloten op de bodem van de gracht ligt.
Hotel Jans is een schattig oud hotel, jammer dat ik hier nooit gelogeerd heb. Hier drink ik wat op het terrasje en kan ik naar de toilet en mijn fles bijvullen. De mevrouw van het hotel denkt dat ik met zware bepakking aan het lopen ben, en ik leg uit dat ik een boot bij me heb. Ze zegt dat er verderop een kanosteigertje is.
Aangekomen bij de sloot is het steigertje niet te vinden. Ik zie wel iets wat het ooit geweest kan zijn, maar dan overwoekerd door allemaal gras en planten. Gelukkig is de oever laag genoeg om deze keer zonder ongelukken van wal te steken. Het eerste uur dobber ik met de wind mee tussen de weilanden, zonder dat ik een mens tegenkom. Wie wel duidelijk hun aanwezigheid kenbaar maken zijn de weidevogels, die hun nesten blijkbaar willen beschermen tegen deze onverwachte indringer. Met veel geluid scheren ze over me heen. Zijn het kieviten of scholeksters? Ze zijn zwart met wit maar in detail kan ik ze niet goed zien.
Na wat bochten ga ik onder de grote weg door en passeren de eerste paar bootjes. Na nog een recht, wat saaier stuk kom ik uit op een meer: de Alde Karre heeft dit stukje dat in verbinding staat met de Fluessen en de Morra. Ik moet hem oversteken om bij Galamadammen te komen.
De wind is sterker dan verwacht en hoewel ik de wind mee heb zijn de golven echt niet leuk. Vooral als een motorboot mij rakelings passeert. Nee, ik moet echt niet meer op een meer gaan varen bij windkracht 3 of hoger. Waarom denk ik altijd 'Dat doe ik wel even.'?
Eindelijk kan ik opgelucht aan de andere kant het riet in duiken. De oever volgend kom ik terecht in Galamadammen, wat één grote watersportkolonie is met een groot vakantiepark, jachthavens en heel veel boten, die door de smallere verbinding richting de Morra varen. Ik dacht eerst altijd dat hier ook dammen waren, maar er is alleen maar een aquaduct, dus je kan gewoon doorvaren.
Galamadammen is de naam van het buurtschap met praktisch geen eigen inwoners. Het is genoemd naar de familie Galama, die hier al sinds 1100 woonde. Er zijn wel ooit dammen geweest en ze hadden vanaf 1628 tot 1942 tolrecht. Er was vroeger ook een brug in plaats van het aquaduct.
Ik zit aan de kant waar alleen maar riet en stenen zijn en ik weet niet goed hoe ik aan de andere kant moet komen en waar ik kan aanleggen. Help! Intussen komen er boten met hoog tempo voorbij, die een heel vervelende golfslag veroorzaken, vooral omdat ik intussen op mijn telefoon probeer te kijken waar ik precies ben en waar ik heen moet.
Uiteindelijk is er een rustig moment en peddel ik snel naar de overkant. Daar zijn wel wat steigers, randjes en zwemtrapjes, maar die horen, net als in Woudsend allemaal bij grote villa's aan het water met bordjes 'Verboden aan te leggen' en 'Privé terrein'. Dit is het door het watersporttoerisme overgenomen Friesland, waar ik me niet helemaal thuis voel.
Ik dobber weer op de boeggolf van een groot schip voor een tuin en dan zie ik op mijn telefoon dat er even verderop nog een klein jachthaventje is. Daar peddel ik naar binnen en kom bij een vrij verlaten stukje. Een aantal vakantiehuizen van het park kijken er op uit. Deze jachthaven hoort waarschijnlijk bij het oude hotel 'Galadammen', dat op het moment buiten gebruik is. Het lijkt er op dat er nu vluchtelingen worden opgevangen, want ik zie een Oekraïense vlag wapperen. Volgens Google Maps is er ook een Oekraïens restaurant.
Wat ik ook zie zijn ladders om het water uit te komen. Ik ben gered! Ik bind mijn boot vast, leg mijn spullen op de steiger, klim de ladder op en trek de boot op het droge. Zo, gelukt! Maar wel een natte broek, mede dankzij de golfslag van de andere boten.
Ik pak alles in en loop naar het restaurant van het vakantiepark. Dat is een vrij luxe tent en het vakantiepark ziet er ook luxe uit en is van alle gemakken voorzien. Het is wel een behoorlijk stuk lopen over alle stenen parkeerplaatsen in de zon. Er is een indoor zwembad met waterglijbaan en een supermarkt. Maar om hier nu op vakantie te gaan, net alsof je in een nieuwbouwwijk zit. Maar misschien vinden sommige mensen dat juist fijn.
Het personeel is erg aardig en wijzen me de toiletten waar ik me kan verkleden. Ik ga op het terras zitten met uitzicht op het water. 'Hey, een backpacker,' hoor ik iemand zeggen. Voor de 2e keer vandaag wordt ik aangezien voor iemand die met een rugzak de wereld rondtrekt. Daar heb ik toch niet meer de leeftijd voor? Of doen alleen nog maar vijftigers dat en gaat de jeugd met rolkoffers op stap?
Na nacho's te hebben gegeten, loop ik in een kwartier naar de bushalte. In Workum moet ik van de bus overstappen op de trein en de halte is 10 minuten lopen van het station. Omdat de bus laat is wordt dat heel flink doorstappen, maar ik haal het gelukkig. Anderhalf uur later ben ik weer thuis.




